Aantonen openbaarheid van een weg in de zin van de Wegenwet

Geschreven door Anke Nijenhuis
9 september 2021

Openbaarheid van een weg in de zin van de Wegenwet kan via twee wijzen worden vastgesteld. Ten eerste het controleren van de wegenlegger op de aanwezigheid van de desbetreffende weg. Als de weg niet op de wegenlegger voorkomt, dan kan met ander bewijs de openbaarheid van de weg worden aangetoond. Welke bewijsmiddelen dit zijn wordt in dit artikel uitgelegd.

Bewijslast openbaarheid

Hoe bewijs je de openbaarheid van een weg? Los van de wegenlegger zijn daarvoor diverse bewijsmiddelen. Het is aan de partij die zich beroept op de openbaarheid om aannemelijk te maken dat er sprake is van een openbare weg in de zin van de Wegenwet. Deze partij draagt dus de bewijslast. Dit is zeer recent nog herhaald door de Raad van State in de uitspraak van 4 augustus 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1732). Hiervoor kunnen verschillende bewijsmiddelen worden gebruikt, welke ik hieronder verder toelicht.

Wegenlegger

De eerste wijze is het controleren van de wegenlegger op de aanwezigheid van de desbetreffende weg. In dit geval bestaat het rechtsvermoeden dat de weg een openbare weg in de zin van de Wegenwet is. Volgens artikel 49 Wegenwet wordt een weg namelijk als openbaar aangemerkt als deze op de wegenlegger voorkomt. Dit kan alleen anders zijn als bewezen kan worden dat na vaststelling of wijziging van de desbetreffende legger, de weg heeft opgehouden openbaar te zijn. Artikel 7 Wegenwet bepaald wanneer een weg heeft opgehouden openbaar te zijn. Een weg heeft opgehouden openbaar te zijn:

  • als hij dertig jaar achterelkaar niet voor iedereen toegankelijk is geweest; of
  • als hij door het bevoegd gezag aan de openbaarheid is onttrokken.

Vermelding op de wegenlegger betekent dus in veel gevallen dat daarmee ook meteen de openbaarheid een gegeven is. Dit kan alleen anders zijn als de weg aantoonbaar dertig jaar achterelkaar is afgesloten geweest of aan de openbaarheid is onttrokken. In een ander artikel van mij op deze blogsite leest u meer over hoe onttrekking aan de openbaarheid van een openbare weg in zijn werk gaat. De wegenlegger heeft alleen betrekking op wegen buiten de bebouwde kom. De wegenlegger zegt dus niets over de openbaarheid van wegen binnen de bebouwde kom.

Ander bewijs openbaarheid

Als de weg niet op de wegenlegger voorkomt, dan nog kan een weg kwalificeren als openbare weg in de zin van de Wegenwet. De Wegenwet is immers van toepassing op alle wegen die volgens de definitie van artikel 4 Wegenwet een weg zijn en openbaar zijn. De tweede route tot vaststelling van de openbaarheid loopt dus via het bewijzen van de openbaarheid met andere bewijsmiddelen dan de wegenlegger.

Om openbaarheid te bewijzen, kunnen partijen gebruik maken van onbeperkte bewijsmiddelen.  Dit kunnen bijvoorbeeld getuigenverklaringen, historische boeken, (lucht)foto’s en brieven zijn. Zo kan de openbaarheid worden aangetoond door verklaringen en foto’s die aannemelijk maken dat de betreffende weg voor iedereen toegankelijk was in een bepaalde periode. Verklaringen en foto’s die de aanwezigheid van bordjes en fysieke afsluitingen aannemelijk maken, bewijzen het tegendeel.

Hantekeningenactie bewijst openbaarheid Wegenwet niet

In de praktijk wordt regelmatig geprobeerd de openbaarheid van een weg aan te tonen door middel van een handtekeningenactie onder de recente gebruikers van de weg. Uitsluitend een lijst met handtekeningen zegt echter niks over de openbaarheid. Een dergelijke lijst bewijst alleen dat de weg op dit moment veel wordt gebruikt. Dit bewijst niet dat de weg gedurende 10 of 30 jaar ook voor iedereen toegankelijk is geweest of dat sprake is van een raadsbesluit tot openbaarmaking. Hetzelfde geldt voor het alleen overleggen van een historische kaart. Ook hieruit blijkt niet dat de weg voor iedereen toegankelijk is geweest. Hoogstens wordt hiermee bewezen dat de weg er al lang ligt. Dat is echter niet voldoende voor het kunnen bewijzen van de openbaarheid.

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 17 december 2013 (ECLI:NL:RBOVE:2013:3359). Ten aanzien van de handtekeningenlijst overweegt de rechtbank dat:

‘’De overgelegde handtekeningenlijst biedt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bewijs voor de beantwoording van de vraag of de weg gedurende dertig jaar voor eenieder toegankelijk is geweest. De daarin opgenomen gegevens zijn te onbepaald ten aanzien van de duur van het gebruik, de relatie tot het gebruik en de leeftijd van de ondertekenaars.’’

Duur en aard van het gebruik is belangrijk

In het bewijs dienen dus gegevens te zijn opgenomen die iets zeggen over de duur en de aard van het gebruik van de weg. Uit de rechtspraak volgt dat de Raad van State in het bijzonder waarde hecht aan verklaringen van getuigen die (beroepsmatig) veelvuldig van de weg gebruik hebben gemaakt. Zoals overwogen in de uitspraak van de Raad van State van 16 november 2005 (ECLI:NL:RVS:2005:AU6235). Dergelijke getuigen zijn bijvoorbeeld postbodes, taxichauffeurs of landbouwers.

Advies

Hoe bewijs je de openbaarheid van een weg in de zin van de Wegenwet? Los van de wegenlegger zijn daarvoor diverse bewijsmiddelen. Deze bewijsmiddelen bestaan bijvoorbeeld uit getuigenverklaringen, historische boeken, (lucht)foto’s en brieven. Van belang hierbij is dat uit het bewijs duidelijk moet blijken dat het verkeer 10 of 30 jaar lang onbeperkt van de weg gebruik kon maken. Alleen bewijs van een lange aanwezigheid van de weg is niet voldoende. Hulp nodig bij het bewijzen van de (on)openbaarheid van een weg? Bel mij gerust geheel vrijblijvend.

LiebregtsLeistra

Waar kunnen we u mee helpen?

Contact